Zeevarende dating

19-Dec-2016 13:24

Indien de dienstbetrekking in december eindigt moet de afrekening plaatsvinden aan het einde van hetzelfde kalenderjaar.De werkgever kan hierbij desgewenst gebruik maken van de regeling in artikel 13a, vierde, vijfde en zesde lid, van de Wet LB, of artikel 12.7a van de URLB 2011.De belastbaarheid van vergoedingen van kosten van reizen naar en van andere havens dan hiervoor zijn bedoeld staat ter beoordeling van de bevoegde inspecteur en, bij een eventueel blijvend geschil, van de administratieve rechter in belastingzaken.Voor reiskosten met een vast en gelijkmatig karakter bestaat de mogelijkheid een vaste onbelaste vergoeding af te spreken, bijvoorbeeld voor het woon-werktraject.Voor reiskosten die de partner (in de zin van artikel 5a van de AWR en artikel 1.2 van de Wet IB 2001) en de tot het gezin behorende kinderen van de zeevarende maken voor reizen naar en van het schip geldt het volgende.Ik acht het in ieder geval mogelijk dat de werkgever deze kosten belastingvrij vergoedt, als het schip – voor zeer korte tijd – ligplaats heeft in de havens van Duinkerken of Hamburg, dan wel in een van de in de kuststrook daartussen gelegen havens.Daarom keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed.Ik keur goed dat werkgevers een praktische regeling kunnen hanteren op grond waarvan zij voor werknemers met een min of meer vaste arbeidsplaats eenvoudig een vaste onbelaste vergoeding voor reiskosten kunnen vaststellen (zie onderdeel 4.2).

De € 0,19-normering geldt voor vergoedingen en verstrekkingen tezamen.Naast afspraken over een aanvullende onbelaste vergoeding in het geval dat de werknemer meer kilometers dan berekend heeft afgelegd, hoort daarbij ook een terugbetalingsverplichting of het voorzien in het (alsnog) als loon in aanmerking nemen van een achteraf te constateren bovenmatigheid.Hierbij geldt als voorwaarde dat die nacalculatie (met de eventuele bijbehorende gevolgen) plaatsvindt aan het einde van het kalenderjaar of, als de dienstbetrekking tijdens het kalenderjaar eindigt, in het loontijdvak dat volgt op de maand waarin de dienstbetrekking eindigt.Hierbij geldt als uitgangspunt dat het moet gaan om de werkelijk afgelegde kilometers.De wijze van vervoer kan dus tot verschillende uitkomsten leiden.

De € 0,19-normering geldt voor vergoedingen en verstrekkingen tezamen.Naast afspraken over een aanvullende onbelaste vergoeding in het geval dat de werknemer meer kilometers dan berekend heeft afgelegd, hoort daarbij ook een terugbetalingsverplichting of het voorzien in het (alsnog) als loon in aanmerking nemen van een achteraf te constateren bovenmatigheid.Hierbij geldt als voorwaarde dat die nacalculatie (met de eventuele bijbehorende gevolgen) plaatsvindt aan het einde van het kalenderjaar of, als de dienstbetrekking tijdens het kalenderjaar eindigt, in het loontijdvak dat volgt op de maand waarin de dienstbetrekking eindigt.Hierbij geldt als uitgangspunt dat het moet gaan om de werkelijk afgelegde kilometers.De wijze van vervoer kan dus tot verschillende uitkomsten leiden.Daarnaast zijn de onderdelen 8 en 9 van dit besluit aangepast in verband met de wijziging met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2011 van artikel 16 van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (zie Stcrt. Overigens zijn geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht. Vergoedingen van reiskosten en verstrekkingen van vervoer door de werkgever zijn onder voorwaarden onbelast.